Algemeen
De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering de grootste inkomstenbron van de gemeente. Met de heffingen genereren we in 2025 ongeveer 22% van de gemeentelijke inkomsten. In het onderstaande overzicht worden de inkomsten van de diverse gemeentelijke heffingen nader gespecificeerd.
Overzicht inkomsten uit heffingen 2025 | ||||
Rekening 2024 | Begroot na wijziging 2025 | Rekening 2025 | Procentuele | |
Onroerende zaakbelasting (OZB) | 16.154 | 17.144 | 17.410 | 1,6% |
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht | 4.559 | 4.766 | 4.679 | -1,8% |
Rioolheffing | 6.106 | 6.391 | 5.957 | -6,8% |
Toeristenbelasting | 4.285 | 3.835 | 3.178 | -17,1% |
Baten reclamebelasting | 98 | 87 | 93 | 6,6% |
Baten precariobelasting | 33 | 25 | 35 | 40,5% |
Baten marktgelden | 18 | 20 | 18 | -11,4% |
Baten begraafplaatsrechten | 16 | 15 | 9 | -37,2% |
Overige heffingen | 2.988 | 2.340 | 2.428 | 3,8% |
Totaal inkomsten uit heffingen | 34.257 | 34.622 | 33.807 | |
Totaal inkomsten begroting/rekening | 172.174 | 186.723 | 179.465 | |
Nb. de procentuele afwijking rekening/begroting zijn berekend op niet afgeronde bedragen. In de tabel zijn de bedragen wel afgerond op duizendtallen.
Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat de inkomsten uit gemeentelijke heffingen in 2025 ongeveer € 815.000 lager zijn dan begroot. De lagere opbrengsten zijn met name veroorzaakt door de lagere opbrengsten uit de Toeristenbelasting (€ 657.000) en de rioolheffing (€ 434.000).
Beleid gemeentelijke heffingen
De gemeentelijke heffingen vormen een integraal onderdeel van het gemeentelijke beleid. In het collegeprogramma 2022-2026 is bepaald dat we de gemeentelijke lastendruk voor inwoners en bedrijven zo verantwoord mogelijk in balans houden. Eventuele aanpassing van tarieven bekijken we in samenhang met onze ambities. Voor 2025 is voor de tarieven een inflatiecorrectie van 2,8% gehanteerd. Bij de OZB niet-woningen, de rioolheffing en de vermakelijkhedenretributie is hiervan afgeweken. Nadere uitleg over de tarieven van deze heffingen volgt later in deze paragraaf.
Kostendekkendheid
Vanaf de begroting 2017 is iedere gemeente verplicht in de paragraaf lokale heffingen de kostendekkendheid van de tarieven die op basis van de Gemeentewet maximaal kostendekkend mogen zijn, inzichtelijk te maken.
Per heffing wordt in deze paragraaf dan ook op hoofdlijnen inzicht gegeven hoe bij de berekening van de tarieven van heffingen de werkelijke baten de werkelijke lasten niet overschrijden. Voor Horst aan de Maas gaat het hierbij om:
- afvalstoffenheffing;
- reinigingsrecht;
- rioolheffing;
- rioolaansluitrecht;
- marktgelden;
- lijkbezorgingsrechten;
- leges.
Per heffing worden de directe kosten, overhead, btw en opbrengsten weergegeven. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Directe kosten zijn de kosten die direct aan een heffing kunnen worden toegerekend en ook als zodanig in de financiële administratie staan (bijvoorbeeld directe personeelslasten, rijksleges, geleverde diensten t.b.v. de heffing en kapitaallasten).
- De overhead is op basis van de hierboven vermelde directe personeelslasten aan de heffing toegerekend.
- De inkoop-btw is als last meegenomen.
- De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven 2025 zoals die in de paragraaf genoemd worden.
Voor de toerekening van de overhead heeft iedere gemeente een eigen beleidsvrijheid. De kostentoerekening van de overhead heeft net als bij de begroting 2025 plaatsgevonden op basis van de personeelslasten. Deze methode sluit het meest aan op de kostentoerekeningen zoals we die in het verleden ook hebben gehanteerd.
In deze paragraaf wordt de kostendekkendheid per heffing op basis van deze toerekening van de overhead inzichtelijk gemaakt. De systematiek van toerekenen van de overhead via de personeelslasten betekent dat een relatief groter bedrag toegerekend wordt aan arbeidsintensieve taken. De rechtvaardiging hiervoor is dat de ondersteuning en de aansturing voornamelijk zijn gericht op de mensen die de taken uitvoeren.
Onroerende Zaak Belasting (OZB)
De OZB wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken.
OZB | |||
bedragen in hele euro's | 2024 | 2025 | Stijging |
|---|---|---|---|
Tarief Ozb-eigenaar woningen | 0,1290% | 0,1234% | -4,3% |
Tarief Ozb-eigenaar niet-woningen | 0,2915% | 0,3121% | 7,1% |
Tarief Ozb gebruiker niet-woningen | 0,2330% | 0,2494% | 7,0% |
Gemiddelde aanslag woning | € 437,31 | € 454,11 | 3,8% |
Gemiddelde aanslag niet woning / eigenaar en gebruiker | € 2.129,47 | € 2.319,00 | 8,9% |
De tarieven voor de OZB zijn geïndexeerd met 2,8% waarbij tevens de waardeontwikkeling in de tarieven is verdisconteerd. Hierbij zijn de tarieven voor niet-woningen met 5% extra verhoogd conform de Begroting 2025.
Reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing)
De reinigingsheffingen bestaan uit de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De afvalstoffenheffing wordt geheven van huishoudens om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit zijn niet alleen de kosten voor de wekelijkse afvalinzameling, maar ook kosten voor de inzameling van glas, oud papier, klein chemisch afval en dergelijke.
Reinigingsrechten worden geheven van bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afval-inzameldienst. De tarieven voor de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) en de reinigingsrechten zijn gelijk.
Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De basisheffing stijgt met 3,1% in 2025. Omdat de overige tarieven voor restafvalzakken en dergelijke gelijk blijven, stijgt de gemiddelde lastendruk voor de reinigingsheffingen met 2,8% (inflatiecorrectie). Dit heeft in 2025 voor de tarieven en de afval gerelateerde lastendruk het volgende betekend:
Reinigingsheffingen | |||
bedragen in hele euro's | 2024 | 2025 | Stijging |
|---|---|---|---|
Basisheffing per jaar meerpersoonshuishouden | € 245,16 | € 252,72 | 3,1% |
Basisheffing per jaar éénpersoonshuishouden | € 180,96 | € 186,60 | 3,1% |
Restafvalzak | € 1,70 | € 1,70 | 0,0% |
Gemiddelde lasten (1) | € 247,13 | € 254,15 | 2,8% |
Gemiddelde lasten meerpersoonshuishouden (1) | € 265,19 | € 272,62 | 2,8% |
Gemiddelde lasten éénpersoonshuishouden (1) | € 189,64 | € 194,95 | 2,8% |
(1) inclusief kosten voor restafvalzakken, big bags etc. | |||
De gemiddelde lastendruk voor een gebruiker van een woning (meerpersoonshuishouden) in onze gemeente bedraagt in 2025 € 272,62. Het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten ligt op € 326,92 (volgens de berekeningsmethodiek van de provincie). De gemiddelde lastendruk voor een meerpersoonshuishouden is in Horst aan de Maas dus 16,6% (€ 54,30) lager dan het provinciale gemiddelde.


Rioolheffing
De (verbrede) rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Hiermee worden kosten verhaald van collectieve maatregelen, die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering. Ook de kosten voor de maatregelen die nodig zijn ten aanzien van hemelwater en grondwater worden hiermee verhaald.
Tot en met 2023 is de rioolheffing in Horst aan de Maas als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven. Op 20 december 2022 heeft de raad besloten de huidige eigenaarsheffing met ingang van 2024 uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. Het kostendekkingsplan, de onderlegger van het gemeentelijk rioleringsplan, is hiervoor geactualiseerd.
Uitgangspunt voor de rioolheffing zijn kostendekkende tarieven. Het tarief voor de rioolheffing 2025 is echter niet kostendekkend en daardoor is de egalisatievoorziening ingezet om de stijging in de heffing op te vangen. De tarieven zijn gebaseerd op het geactualiseerde kostendekkingsplan en zijn gelijk aan die van 2024.
In het onderstaande overzicht staat de ontwikkeling van de rioolheffing aangegeven.
Rioolheffing | |||
bedragen in hele euro's | 2024 | 2025 | Stijging |
|---|---|---|---|
Vast tarief per eigendom | € 280 | € 280 | 0% |
Variabel tarief gebruik waterverbruik > 500m³ | |||
Waterverbruik van < 500 m³ | € - | € - | n.v.t. |
Waterverbruik van 500 m³ t/m 999 m³ | € 280 | € 280 | 0% |
Waterverbruik van 1.000 m³ t/m 1.999 m³ | € 560 | € 560 | 0% |
Waterverbruik van 2.000 m³ t/m 2.999 m³ | € 840 | € 840 | 0% |
Waterverbruik van 3.000 m³ t/m 3.999 m³ | € 1.120 | € 1.120 | 0% |
Waterverbruik van 4.000 m³ t/m 4.999 m³ | € 1.400 | € 1.400 | 0% |
Waterverbruik van 5.000 m³ t/m 9.999 m³ | € 2.800 | € 2.800 | 0% |
Waterverbruik van 10.000 m³ t/m 49.999 m³ | € 8.400 | € 8.400 | 0% |
Waterverbruik > 50.000 m³ | € 16.800 | € 16.800 | 0% |
Het tarief van de rioolheffing van woningen en bedrijven in 2025 ligt in Horst aan de Maas ca. 12,7% hoger (€ 31,56) dan het gemiddelde tarief in de provincie Limburg. Het tarief loopt wel in de pas met vergelijkbare gemeenten, zoals Peel en Maas € 288,62 en Venray € 253,81.

Rioolaansluitrecht
Het rioolaansluitrecht is een éénmalige vergoeding van de eigenaar van een pand dat op de riolering wordt aangesloten.
De indexatie van de tarieven zijn voor 2025 bepaald op de onderstaande tarieven:
Rioolaansluitrecht | ||||
bedragen in hele euro's | 2024 | 2025 | Stijging | |
Drukriolering buitengebied | € 4.881 | € 5.018 | 2,8% | |
Vrijverval-riolering | € 256 + € 185 per m¹ perceel-aansluitleiding | € 263 + € 190 per m¹ perceel-aansluitleiding | 2,7% | |

De kostendekkendheid van het rioolaansluitrecht ligt in 2025 op 155%. De reden hiervoor is dat er in 2024 veel aansluitingen zijn gemaakt die uiteindelijk in 2025 zijn aangesloten.
Toeristenbelasting
Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen een vergoeding gelegenheid geeft tot overnachten. De belasting wordt geheven voor alle overnachtingen van personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie staan ingeschreven. Dit kunnen zowel toeristen als arbeidsmigranten zijn. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, wat betekent dat de gemeente vrij is in de besteding van de inkomsten.
Ook bij verblijf op/in ligplaatsen en watervilla’s wordt (water)toeristenbelasting geheven. Het verblijf op vaartuigen wordt geheven op basis van etmalen verblijf en niet op basis van overnachtingen.
Conform de begroting 2025 is het tarief voor de toeristenbelasting 2025 verhoogd van € 1,60 naar € 1,65 per overnachting. De tarieven voor vaste plaatsen en seizoenplaatsen zijn in lijn hiermee aangepast.
De tarieven van de toeristenbelasting 2025 zijn bepaald op de onderstaande tarieven:
Toeristenbelasting | |||
bedragen in hele euro's | 2024 | 2025 | Stijging |
|---|---|---|---|
Tarief per persoon per overnachting | € 1,60 | € 1,65 | 3,1% |
Vaste plaats, vast bedrag per jaar | € 249,60 | € 257,40 | 3,1% |
Seizoensplaats / arrangement per week | € 6,40 | € 6,60 | 3,1% |
Watertoeristenbelasting per persoon per etmaal (1) | € 1,60 | € 1,65 | 3,1% |
Vaste ligplaatsen voor een vaartuig, per jaar (1) | € 249,60 | € 257,40 | 3,1% |
Seizoenligplaats voor een vaartuig, per week (1) | € 6,40 | € 6,60 | 3,1% |
(1) Vaartuigen & watervilla's | |||
Vermakelijkheden
De vermakelijkhedenretributie is in Horst aan de Maas per 2021 ingevoerd. Dit is een heffing voor het gebruik van, door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt.
Het tarief € 0,10 per betalende bezoeker en/of deelnemer is niet gewijzigd. Vermakelijkheden met minder dan 10.000 bezoekers (ongewijzigd) worden niet in de heffing betrokken.
Bij de vermakelijkhedenretributie geldt geen maximaal 100% kostendekkendheidsvoorschrift, zoals bij de rechten en leges. Een vermakelijkheid moet profiteren van een gemeentelijke voorziening die voor de gemeente lasten met zich meebrengt. De gemeente hoeft echter niet aan te tonen welk bedrag van de met de voorziening gemoeide lasten is toe te rekenen aan de vermakelijkheid. De gemeente hoeft ook niet aan te tonen dat geen winst wordt gemaakt.
De tarieven voor de vermakelijkhedenretributie 2025 zijn bepaald op de onderstaande tarieven:
Vermakelijkhedenretributie | |||
bedragen in hele euro's | 2024 | 2025 | Stijging |
|---|---|---|---|
Vast bedrag per betalende bezoeker c.q. deelnemer van de vermakelijkheid | € 0,10 | € 0,10 | 0,0% |
Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,8 zijn voor 2025 de volgende tarieven vastgesteld:
Precariobelasting terrassen | |||
bedragen in hele euro's | 2024 | 2025 | Stijging |
|---|---|---|---|
Terrassen binnen de bebouwde kom van Horst, Sevenum of Grubbenvorst per m² per jaar | € 10,55 | € 10,85 | 2,8% |
Overige terrassen per m² per jaar | € 7,00 | € 7,20 | 2,9% |
Door afrondingen op bedragen van € 0,05 stijgen de tarieven tussen de 2,8% en 2,9%.
Marktgelden
Marktgelden worden geheven voor het innemen van een standplaats tijdens de weekmarkt. In Meerlo, Swolgen en Tienray zijn geen marktdagen en is de heffing van marktgelden niet aan de orde. De promotiegelden die door de marktlieden in het centrum van Horst worden betaald, zijn vanaf 2011 in de heffing van de marktgelden meegenomen.
De promotiegelden worden doorbetaald aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas die hier vervolgens collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum van Horst mee bekostigt.
Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,8% zijn voor 2025 de volgende tarieven vastgesteld:
Marktgelden | |||
bedragen in hele euro's | 2024 | 2025 | Stijging |
|---|---|---|---|
Voor het innemen van een standplaats per dag | € 12,40 | € 12,80 | 3,2% |
Voor het innemen van een vaste standplaats per kwartaal | |||
- per strekkende meter | € 20,05 | € 20,65 | 3,0% |
- vast bedrag (promotiegelden alleen in Horst) | € 25,05 | € 25,85 | 3,2% |
Door afrondingen op bedragen van € 0,05 stijgen de tarieven tussen de 3,0% en 3,2%.

Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen (reclameobjecten) in het centrum van Horst, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze heffing is in 2008 op verzoek van de ondernemers van het centrum van Horst ingevoerd. De opbrengst van de reclamebelasting wordt, onder inhouding van € 5.000, doorbetaald aan de Stichting centrummanagement Horst aan de Maas, die hier vervolgens collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum van Horst mee bekostigt.
Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,8% zijn voor 2025 de volgende tarieven vastgesteld:
Reclamebelasting centrum Horst | |||
bedragen in hele euro's | 2024 | 2025 | Stijging |
|---|---|---|---|
Zone A (woz-waarde kleiner dan of gelijk aan | € 582 | € 597 | 2,6% |
Zone A (woz-waarde range € 151.000 t/m | € 582+ € 3,50 | € 597+ € 3,60 | |
Zone A (woz-waarde groter dan of gelijk aan | € 1.077 | € 1.107 | 2,8% |
Zone B | € 582 | € 597 | 2,6% |
Voor de reclamebelasting 2025 wordt de woz-waarde 2024 (waardepeildatum 1-1-2023) gehanteerd.
Voor de reclamebelasting 2024 wordt de woz-waarde 2023 (waardepeildatum 1-1-2022) gehanteerd.
Bij woon-/bedrijfspanden wordt alleen de woz-waarde over het bedrijfsgedeelte meegenomen.
Door afrondingen op hele euro's stijgen de tarieven tussen de 2,6% en 2,8%.
Lijkbezorgingsrechten
Lijkbezorgingsrechten zijn vergoedingen voor diverse diensten die de gemeente verricht in het kader van de lijkbezorging. De hoogte van de lijkbezorgingsrechten wordt in overleg met het kerkbestuur vastgesteld.

Leges
Met het heffen van leges dekt de gemeente de kosten die de gemeente maakt voor het leveren van bepaalde diensten. De tarieven zijn gebaseerd op maximaal kostendekkendheid.
De kostendekkendheid van de leges 2025 wordt hieronder per titel van de legesverordening inzichtelijk gemaakt:
Titel 1: Algemene dienstverlening zoals o.a. huwelijksvoltrekkingen/partnerschapsregistratie, inlichtingen uit de basisregistratie personen (BRP), reisdocumenten en rijbewijzen;
Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen;
Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Onder de laatstgenoemde titel vallen o.a. aanvragen in het kader van de drank- en horecawet en kinderopvang.



Kwijtschelding
Voor de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen kan een verzoek tot kwijtschelding worden ingediend. Of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt hangt af van een aantal factoren. Aan de hand van de financiële situatie beoordeelt de gemeente of iemand voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komt. Als basis gebruiken we hiervoor wetgeving, de door de gemeenteraad vastgestelde verordening kwijtschelding en de door het college vastgestelde Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen gemeente Horst aan de Maas.
Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende heffingen:
- OZB
- Rioolheffing
- Afvalstoffenheffing
De gemeente biedt de mogelijkheid een verkort aanvraagformulier kwijtschelding in te vullen (inlog via DigiD).Twee keer per maand worden de ontvangen kwijtscheldingsverzoeken bij Bureau InformatieDiensten Nederland getoetst. Als deze toetsing een afwijzing oplevert is het nog altijd mogelijk een volledig aanvraagformulier kwijtschelding in te vullen dat door de gemeente zelf wordt beoordeeld. Het is daardoor mogelijk dat een inwoner zowel een verkorte aanvraag als een volledig aanvraagformulier invult.
Er zijn in 2025 minder kwijtscheldingsaanvragen, een daling van 3 %, ontvangen dan in 2024. Het aantal toekenningen is met 18 afgenomen.
Eind 2025 waren er nog 2 aanvragen in behandeling.
Het verleende kwijtscheldingsbedrag is ten opzichte van 2024 met ongeveer € 1.000 gestegen.
Ondernemers kunnen ook voor kwijtschelding in aanmerking komen als ze aan de voorwaarden voor kwijtschelding voldoen. In 2025 is er geen enkele aanvraag ontvangen.
Kwijtschelding | ||||
bedragen in hele euro's | 2023 | 2024 | 2025 | Stijging 2025 t.o.v. 2024 |
|---|---|---|---|---|
Verzoeken om kwijtschelding | 493 | 466 | 452 | -3,0% |
Kwijtschelding ondernemers | 0 | 0 | 0 | |
Kwijtschelding excl. ondernemers | 355 | 352 | 334 | -5,1% |
Geen kwijtschelding | 138 | 112 | 116 | 3,6% |
In behandeling | 0 | 2 | 2 | |
Verleende kwijtschelding | € 70.413 | € 72.442 | € 73.571 | 1,6% |
Invordering
In 2025 zijn er 12 invorderingsrondes geweest. Eén meer dan in 2024. In 2025 zijn er ten opzichte van 2024 ongeveer 150 aanmaningen meer verzonden. Het aantal betekende dwangbevelen is gestegen met 68. Dit is o.a. een gevolg van de stijging van het aantal verstuurde aanslagen.
Het oninbaar afgeboekte bedrag is in 2025 ruim € 12.000 lager dan in 2024.
Kengetallen invordering | ||||
bedragen in hele euro's | 2023 | 2024 | 2025 | Stijging 2025 t.o.v. 2024 |
|---|---|---|---|---|
Aantal aanslagen (excl. verminderingen) | 22.305 | 21.806 | 22.960 | 5,3% |
Geïncasseerd via automatische incasso | 54,3% | 53,0% | 60,0% | 13,2% |
Betaling en incasso binnen de betalingstermijn | 92,9% | 92,1% | 91,8% | -0,3% |
Aantal aanmaningen | 1.593 | 1.724 | 1.876 | 8,8% |
Aantal kennisgeving dwangbevelen | 802 | 830 | 942 | 13,5% |
Aantal dwangbevelen | 472 | 498 | 566 | 13,7% |
Percentage oninbaar Horst aan de Maas | 0,06% | 0,09% | 0,05% | -44,4% |
Bedrag oninbaar Horst aan de Maas | € 18.045 | € 28.612 | € 16.047 | -43,9% |
