Inleiding
In de paragraaf "weerstandsvermogen en risicobeheersing" staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico's. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV.
Risico-inventarisatie algemene risico's
Voor de jaarrekening 2025 hebben we de risico’s opnieuw in kaart gebracht. Daarbij hebben we gekeken naar twee punten:
- Zijn de eerder vastgestelde risico’s nog steeds actueel? We hebben opnieuw beoordeeld hoe groot de kans is dat deze risico’s zich voordoen en wat het maximale financiële gevolg is.
- Zijn er nieuwe risico’s bijgekomen die we moeten meenemen?
De actualisatie van de risico's leidt tot de hier onderstaande risicomatrix.
Financiële klasse | |||||
6) x > € 1.000.000 | 2 | 2 | |||
|---|---|---|---|---|---|
5) € 500.000 < x < € 1.000.000 | 3 | 7 | 1 | ||
4) € 100.000 < x < € 500.000 | 16 | 16 | 10 | 2 | |
3) € 25.000 < x < € 100.000 | 18 | 13 | 13 | 1 | 1 |
2) x < € 25.000 | 16 | 13 | 5 | 2 | |
1) Geen financiële gevolgen | 2 | ||||
10% | 30% | 50% | 70% | 90% | |
In de bovenstaande risicomatrix zijn 143 risico's opgenomen. Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024.
Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt extra aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft in het donkerrode gebied (helemaal rechtsboven) vereist directe aandacht. Deze risico’s kennen immers een grote financiële omvang, de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is > € 1.000.000.
In de bovenstaande risicomatrix zijn enkele risico's vetgedrukt en onderstreept. Dit zijn de risico's met de hoogste kans en/of de grootste financiële gevolgen. In de tabel hieronder lichten we deze toe.
Omschrijving risico | Kans | Financiële klasse | |
1 | Beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet. | 50% | 5 |
2 | Langere wachttijden bij doorverwijzing naar zorgaanbieders voor WMO en Jeugdwet. | 90% | 5 |
3 | Implementatie van een nieuwe applicatie voor Werk en inkomen en Schuldhulpverlening.
| 90% | 4 |
Risico's grondexploitaties
Op 11 maart 2025 is de Nota Grondbeleid door de raad vastgesteld. Het uitgangspunt van die nota is dat de gemeente streeft naar een situationeel grondbeleid met een actieve basishouding. De gemeente kiest er daarmee voor om zelf actief gronden te verwerven en te ontwikkelen op vlakken waar ze dat belangrijk vindt en/of waar het niet door marktpartijen wordt opgepakt. Aan een actief grondbeleid hangen altijd risico’s. Risico’s houden we zo klein mogelijk en in elk geval beheersbaar door zorgvuldige overweging voorafgaand aan en goede sturing voor en tijdens de uitwerking en uitvoering.
Financiële buffers
De gemeente heeft voor de grondexploitaties een eigen reserve ingesteld, namelijk de Algemene Reserve Grondexploitaties (ARGE) voor de winsten en verliezen op grondexploitaties. Die reserve kent een ondergrens van € 1,7 miljoen en een bovengrens van € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de verplichte implementatie van de POC-methode (percentage-of-completion) heeft de raad in oktober 2018 ingestemd met het instellen van de reserve POC-winst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten.
Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBV-voorschriften. De POC-winst wordt vervolgens gestort in de Reserve POC-winst. Bedragen uit de Reserve POC-winst worden overgeheveld naar de ARGE op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde van het project meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project verandert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het gebeuren dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project.
Risico's bij stikstof.
In een enkele grondexploitatie speelt een risico ten aanzien van stikstof. Naast Grandorse zijn er projecten die vlak bij Natura2000-gebieden liggen waarbij er in de bouwfase ook stikstofrisico's zijn. Aeriusberekeningen moeten aantonen of het project verantwoord/haalbaar is. Ook het op een andere manier bouwen dan vooraf is gecommuniceerd, kan leiden tot een risico op stikstof. Voorbeeld hiervan is prefab bouwen vervangen door traditioneel bouwen.
Benodigde weerstandscapaciteit voor algemene risico's
De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s bedraagt € 52,3 miljoen. Dit is het bedrag dat nodig zou zijn als alle risico’s die we als gemeente lopen zich tegelijkertijd en volledig voordoen. In de praktijk gebeurt dit nooit. Daarom gebruiken we een Monte Carlo-simulatie om te bepalen hoeveel financiële ruimte we écht nodig hebben. Deze methode houdt rekening met de kans dat risico’s zich voordoen en met hun maximale omvang.
De gemeenteraad heeft in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024 vastgesteld dat we 90% zekerheid willen dat ons weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. Op basis van de Monte Carlo-simulatie is berekend dat hiervoor minimaal € 9,30 miljoen nodig is. Dit noemen we de benodigde weerstandscapaciteit.
Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene reserve basis
Onder de beschikbare weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onvoorziene, niet-begrote kosten te kunnen betalen. We hebben hier de volgende middelen voor beschikbaar:
- Algemene reserve basis;
- Algemene reserve vrij aanwendbaar: flexibel inzetbaar;
- Stille reserves: bezittingen zoals gebouwen en gronden die meer waard zijn dan in de boekhouding staat.
Voor de berekening van de beschikbare weerstandcapaciteit nemen we op basis van de door de raad vastgestelde Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024 alleen de algemene reserve basis mee. Bij de jaarrekening 2024 is de algemene reserve basis op € 9,12 miljoen. gebracht.
Het weerstandsvermogen is bij de begroting 2026 verhoogd naar € 9,4 miljoen. Deze wijziging is echter niet doorgevoerd in 2025 daarom is het weerstandsvermogen in deze jaarrekening lager dan de norm die we hebben gesteld.
Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit
Om te beoordelen of de gemeente voldoende financiële ruimte heeft, berekenen we de ratio weerstandsvermogen. De berekening is als volgt:
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit
Ook de provincie Limburg gebruikt deze ratio om te beoordelen of een gemeente financieel weerbaar is. In onderstaande tabel staat hoe de provincie de ratio weerstandsvermogen classificeert:
Waardering | Weerstandsnorm ratio | Betekenis |
|---|---|---|
A | >2,0 | Uitstekend |
B | 1,4 - 2,0 | Ruim voldoende |
C | 1,0 - 1,4 | Voldoende |
D | 0,8 - 1,0 | Matig |
E | 0,6 - 0,8 | Onvoldoende |
F | <0,6 | Ruim onvoldoende |
In de jaarrekening 2025 komt het weerstandsvermogen uit op 0,98. Dit is net onder de door ons gestelde norm van 1,0. Doordat in de begroting 2026 er wel een verhoging van de Algemene reserve basis is opgenomen is het weerstandsvermogen in 2026 weer voldoende, namelijk 1,01.
Kengetallen
, | Verloop van de kengetallen | |||
|---|---|---|---|---|
, | Jaarr. | Begr. | Jaarr. | Gestelde |
Kengetallen | 2024 | 2025 | 2025 | norm*) |
1. Netto schuldquote = | 23% | 54% | 26% | 68% |
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = | 18% | 50% | 22% | 61% |
3. Solvabiliteitsratio = | 37% | 37% | 40% | 33% |
4. Grondexploitatie = | -3% | 1% | -2% | 7% |
5. Structurele exploitatieruimte = | 2% | 2% | 6% | 2% |
6. Belastingcapaciteit = | 97% | 97% | 95% | 97% |
*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 19-11-2023 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024.
Normering van financiële kengetallen (GTK 2020 gemeenten).
De provincies gebruiken het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK2020) om te beoordelen hoe financieel gezond een gemeente is. In dit kader zijn normen vastgesteld voor de belangrijkste financiële kengetallen.
Voor elk kengetal zijn er 3 categorieën:
- Categorie A: weinig risico (goede financiële positie)
- Categorie B: gemiddeld risico
- Categorie C: veel risico (zwakke financiële positie)
Deze indeling helpt om snel te zien of een gemeente financieel sterk genoeg is om tegenvallers op te vangen.
Kengetallen | Categorie A | Categorie B | Categorie C |
|---|---|---|---|
Netto schuldquote | < 90% | 90% - 130% | > 130% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen | < 90% | 90% - 130% | > 130% |
Solvabiliteitsratio | > 50% | 20% - 50% | < 20% |
Grondexploitatie | < 20% | 20% - 35% | > 35% |
Structurele exploitatieruimte | >0% | 0% | < 0% |
Belasting capaciteit | <95% | 95% - 105% | > 105% |
Conclusie kengetallen
- Ratio 1 en 2. Netto Schuldquote
Deze ratio’s laten zien hoeveel schulden de gemeente heeft in verhouding tot haar eigen vermogen. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Op basis van beide schuldquotes vallen we meerjarig in de laagste risicoklasse A van de provincie en voldoen we aan de door ons zelf gestelde norm.
De netto schuldquote stijgt ten opzichte van de jaarrekening 2024 van 23% naar 26% in de jaarrekening 2025.
De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen stijgt van 18% (jaarrekening 2024) naar 22% in 2025. De schulden blijven nagenoeg gelijk terwijl de uitzetting dalen, dit zorgt er voor dat er een lichte stijging is van de schuldquota. - Ratio 3. Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio laat zien hoeveel eigen vermogen de gemeente heeft in verhouding tot vreemd vermogen. Dit geeft aan hoe goed we onze financiële verplichtingen kunnen nakomen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter.
Ten opzichte van de jaarrekening 2024 stijgt deze ratio van 37% naar 40%.
De verbetering van deze ratio wordt vooral veroorzaakt door een stijging van het eigen vermogen. Dit is een positieve ontwikkeling voor ons weerstandsvermogen. We blijven hiermee in de middelste risicocategorie (klasse B) van de provincie en zitten ruim boven de norm die wij zelf gesteld hebben (33%). - Ratio 4. Grondexploitatie
Deze ratio laat zien hoe afhankelijk de gemeente is van inkomsten uit grondexploitaties. Grondexploitaties brengen risico's met zich mee en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Daarom is het beter als deze ratio laag is.
Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is er een kleine verslechtering te zien, deze neemt van -/- 3,3% naar -/- 2,1% maar is daarmee nog heel positief vanuit risico-oogpunt.
- Ratio 5. Structurele exploitatieruimte
Deze ratio laat zien of onze vaste inkomsten voldoende zijn om onze vaste uitgaven te betalen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. In 2025 is dit percentage (6%) hoger dan de jaarrekening 2024 (2%) dit is een positieve ontwikkeling. Dat betekent dat we in die jaren genoeg structurele inkomsten hebben en dus in de laagste risicoklasse (klasse A) volgens de norm van de provincie vallen.
- Ratio 6. Belastingcapaciteit woningen:
Dit percentage bepaalt de ruimte om de belastingen te verhogen, waarbij we weergeven hoe de lastendruk in Horst aan de Maas zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hoe lager dit percentage is, des te meer ruimte er is voor verhoging van belastingen tot aan het landelijke gemiddelde. Ten opzichten van de jaarrekening 2024 verbetert deze ratio van 97% naar 95%. We voldoen hiermee ook aan de door ons zelf gestelde norm van maximaal 97% en vallen hiermee in middelste risicocategorie (B) van de provincie.
De gemiddelde OZB in HADM is in 2025 nagenoeg gelijk aan het landelijke gemiddelde, onze rioolheffing is hoger en de afvalstoffenheffing is een stuk lager dan het landelijke gemiddelde. Alle drie opgeteld ligt de gemiddelde lastendruk in HADM onder het landelijke gemiddelde.
Samenvattende conclusie
De gemeente Horst aan de Maas heeft op dit moment een goed financieel weerstandsvermogen. In 2025 vallen vier van de zes financiële ratio’s in de laagste risicoklasse van de provincie. Twee ratio’s vallen in de middelste risicoklasse. We voldoen bij alle ratio's aan de door ons zelf gestelde norm.
Bij de schuldquota geldt dat er een lichte verslechtering is ten opzichte van de jaarrekening 2024, echter alle andere ratio's laten een verbetering zien. Per saldo kunnen we dus stellen dat de financiële situatie van de gemeente is verbeterd.
We zijn daarmee in control op het gebied van risicobeheersing. We hebben een systeem dat tijdig anticipeert op een toename van risico’s van buitenaf en hebben voldoende financiële ruimte in onze begroting en ons eigen vermogen om financiële tegenvallers op te vangen.
